Tegenpolen in een absurde, maar bruisende wereld

Lazuli is een jongen met een grote vrijheidsdrang, hij is nieuwsgierig, flexibel en zelfstandig. Koning Ouf daarentegen is een beetje wereldvreemd, impulsief, egoïstisch; hij houdt van zijn eigen regels, maar ook van een goed feest. Hoe vertolken mezzosopraan Brenda Poupard en tenor Erik Slik deze karakters? En wat vinden ze van Chabriers eigenzinnige muziek? Hoewel hun rollen het grootste deel van de opera met elkaar overhoopliggen, kunnen Brenda en Erik het goed vinden, zo blijkt uit dit geanimeerde gesprek.

Hoe zouden jullie je personage omschrijven?
Brenda: ‘Lazuli is jong, maar heeft geen ouders meer; daardoor is hij heel zelfstandig. Hij reist rond om zijn waar te verkopen. Hij is sterk, optimistisch, heeft een enorme wilskracht en is best gelukkig met zijn leven. Totdat hij Laoula ziet en zijn wereld op z’n kop staat: hij is verliefd! Dat wil hij eigenlijk niet, maar flexibel als hij is, gaat hij mee met alles wat er daarna gebeurt.’
Erik: ‘Ouf…dat is me er eentje. Hij is impulsief en speels; hij weet hoe je een feestje bouwt. Maar hij is ook egoïstisch en dol op zijn zelfbedachte regels. Hij is een soort man-kind, met te veel macht om daar goed mee om te gaan én zonder echt klankbord, behalve misschien zijn hofastroloog Siroco. Oufs (kleine) wereld is absurd en híj́ staat aan het hoofd van die gekke wereld.’
Brenda: ‘Ze zijn echt elkaars tegenpolen. Ouf heeft geen idee hoe het er ergens anders aan toe gaat, terwijl Lazuli overal is geweest door zijn reizende bestaan. Ouf is van zijn regels, Lazuli is een vrije geest, die zijn eigen pad wil volgen.’

Herkennen jullie iets van deze personages in jezelf?
Brenda:‘Ik ben natuurlijk geen jonge man, maar Lazuli staat me van al mijn rollen het meest na. Net als hij heb ik een grote vrijheidsdrang en ben ik nieuwsgierig. Ik kan ook heel kinderlijk reageren als iets me raakt en me om veel dingen blíj́ven verwonderen. Dat innerlijke kind ben ik (nog) niet verloren, dat helpt bij veel rollen die ik speel.’
Erik: ‘Ouf is natuurlijk wel heel extreem, maar ik zoek in mijn rollen altijd wel naar herkenbare elementen. Zo wil ik soms ook dat dingen op mijn manier gaan. Dat kan ik nu uitvergroten in mijn spel.’

Hoe bereiden jullie je voor op zo’n relatief onbekende rol?
Erik: ‘Juist doordat er weinig voorbeelden zijn, ervaar ik meer vrijheid om deze rol zélf in te vullen. Het was ook een ontdekking om me te verdiepen in Chabriers muziek. Ik heb de partituur heel gedetailleerd bestudeerd. Maar tijdens repetities merk ik dat er nog steeds nieuwe lagen en details opduiken, waarmee we mogen spelen; heel fascinerend. Verder bereid ik me voor door veel te herhalen. Vooral de Franse dialogen moet ik echt hardop oefenen om de uitspraak en mondbewegingen in mijn spiergeheugen te krijgen.’
Brenda: ‘Die dialogen vind ik ook spannend, zelfs als Française. Als zanger krijg je daar in je opleiding vaak minder training in, dus daar besteed ik extra aandacht aan. Verder wil ik altijd, voor iedere rol, eerst zelf in de materie duiken – net als Lazuli. Pas daarna zoek ik andere uitvoeringen en vergelijk ik bijvoorbeeld de tempi.’

Hoe zouden jullie Chabriers muziek omschrijven?
Brenda: ‘Geweldig.’ Erik: ‘Bruisend en levendig.’ Brenda: ‘Het is heel goed geschreven, grappig en slim.’ Erik: ‘En zo vrolijk, catchy; alsof je het al kent en meteen kunt meezingen. Terwijl zijn muziek – zeker in Nederland – nauwelijks wordt uitgevoerd.’ Brenda: ‘Soms doet het denken aan Disney, dan weer aan cabaret of Offenbach.’ Erik: ‘Maar jouw Ster-aria is juist heel lyrisch en emotioneel.’ Brenda: ‘Klopt, hij kiest steeds precies de juiste toon en emotie.’ Erik: ‘En hij kiest nooit het cliché. Wat ik ook zo leuk vind: als er meerdere coupletten zijn, verandert Chabrier telkens kleine details, alsof hij wil zeggen: speel ermee, maak het levendig.’

Naar welke scènes kijken jullie het meest uit?
Erik: ‘Het Couplets du Pal! Daarin legt Ouf als een showman uit hoe de martelstoel, waarin Lazuli zal sterven, werkt. Het is absurd en theatraal; ik geniet er enorm van om die scène te spelen.’
Brenda: ‘Ik vind de nies-aria heel grappig, een beetje cartoonachtig. Ik voel me dan net die dwerg uit Sneeuwwitje (Erik: ‘Sneezy!’). Ontzettend leuk om te zingen en spelen. Hopelijk geniet het publiek er net zo van als wij!’

Interview: Kyra Bertram