De eigenzinnige wereld van Chabrier

Emmanuel Chabrier (1841–1894)
Chabrier groeide op als zoon van een advocaat in het plattelandsstadje Ambert in Puy-de-Dôme. Hij was al jong met muziek bezig: hij speelde piano en schreef composities. Chabrier was grotendeels autodidact, maar werd met enige regelmaat gecoacht door muziekprofessionals. Ondanks zijn liefde voor muziek, begon hij zijn werkzame leven als jurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken in Parijs. Hij bewoog zich al gauw tussen de avant-gardisten van de bruisende Parijse kunstwereld. Hij onderhield vriendschappen met kunstenaars als Claude Monet en Édouard Manet, en met schrijver Paul Verlaine. Naast zijn ambtenarenbaan bleef hij componeren en musiceren.

Nieuw en uniek
Het ontbreken van een formele training aan een conservatorium werd en wordt door velen als Chabriers kracht gezien. Hij voelde de vrijheid om naar zijn eigen believen zijn muzikale idioom te vormen; ongehinderd door vaststaande structuren, zelfs niet door de strakke regels die de theaters in zijn tijd hanteerden. Zijn hang naar vernieuwing en zijn plek binnen de avant-gardistische literaire en artistieke kringen van Parijs maakten dat hij zich in geen enkel hokje liet plaatsen en weinig rekening hield met de verwachting van anderen. Wel luisterde hij naar discussies van zijn vrienden in de Parijse salons en liet hij zich inspireren door alles wat hij hoorde, las en zag. Dat resulteerde in een muzikale stijl die nieuw en uniek was. Juist daardoor werd hij een inspiratiebron voor componisten als Claude Debussy, Maurice Ravel en Francis Poulenc.

Eigenzinnig
In het Parijs van Chabrier golden strikte regels binnen de operawereld, met duidelijke scheidslijnen tussen stijlen en speelplekken. Tegen die achtergrond ontwikkelde Chabrier zich als een eigenzinnig componist die zich niet liet vastleggen, maar elementen combineerde en naar zijn hand zette. Zijn bekendste toneelwerk, L’Étoile, is daar een treffend voorbeeld van. Het werk ging in première in het Théâtre des Bouffes-Parisiens en heeft een satirisch en speels karakter, een absurdistisch verhaal, een luchtige omgang met macht en karikaturale personages. Typische kenmerken van de opéra bouffe. Tegelijkertijd valt Chabriers verfijnde muzikale stijl op: zijn partituur zit vol verrassende harmonieën en kleurrijke orkestraties, die niet alleen komisch werken, maar ook een eigen muzikale samenhang creëren.

Opstand
Wat Chabriers muziek verder bijzonder maakt, is de manier waarop lichtheid en complexiteit hand in hand gaan. Het impressionisme uit de beeldende kunst, dat in Chabriers Parijse tijd hoogtij vierde, was een grote inspiratiebron voor hem. Deze stroming staat in de schilderkunst bekend om de vlugge penseelstreken en het vatten van het verloop van tijd in beweging. Chabrier vertaalt deze nieuwe technieken in L’Étoile naar scherpe satire en speels muzikaal absurdisme. Hij gooit alle strikte regels overboord en ondermijnt de muzikale verwachtingen: cadensen worden uitgesteld, modulaties klinken op onverwachte momenten en ritmische accenten verschuiven subtiel. Tijdens de eerste orkestrepetities vanL’Étoile in 1877 zorgden deze nieuwe elementen voor een opstand; dít was het orkest niet gewend! Uiteindelijk opende de opera met veel succes, waarbij critici Chabriers muzikale eigenheid prezen. Toch werd het werk tijdens zijn leven slechts één keer opgevoerd.

Klankkleur
In L’Étoile behandelt Chabrier het orkest niet als louter begeleiding, maar als een actieve verteller die een extra laag aan de opera toevoegt. Instrumentale kleuren karakteriseren situaties of leveren ironisch commentaar op wat er op scène gebeurt. Daarmee loopt hij vooruit op componisten als Debussy en Ravel, bij wie klankkleur en suggestie een centrale rol spelen. Tegelijkertijd zijn er momenten van tederheid waarin personages hun ware gevoelens blootleggen; een benadering die verwant is aan de invloed van Richard Wagner.

Grote invloed
Het speelse, episodische karakter van de opéra bouffe wordt inL’Étoile verbonden met een zorgvuldig opgebouwde muzikale structuur. Juist die combinatie maakt de opera uniek. Tegelijkertijd slaat Chabrier met deze aanpak een brug tussen traditie en vernieuwing. Hij speelt met bestaande vormen, combineert ze en geeft ze een nieuwe diepgang en verfijning. Daarmee maakte hij de weg vrij voor een nieuwe stijl in de Franse muziekgeschiedenis, en had hij – ondanks zijn relatieve onbekendheid – een grote invloed op de vernieuwing van de Franse opera.

Tekst: Joep Hupperetz