Niets is (niet) serieus
De werkelijkheid is nog gekker dan fictie. Geldt dat ook voor de absurdistische komedie L’Étoile van selfmade musicus Emmanuel Chabrier? Regisseur Matthew Eberhardt en muzikaal leider Nicolas Krüger zijn het erover eens. Net zoals ze beiden gek zijn op de fantasierijke muziek die de componist schreef én er beiden van overtuigd zijn dat de wereld van L’Étoile door véél méér mensen ontdekt moet worden. Een gesprek over absurditeit die logisch voelt en muziek die alle kanten op gaat.
L’Étoile balanceert tussen absurditeit en logica. Waar zit voor jou de kern van dit werk, Matthew?
Matthew: ‘Ook al is het stuk absurd, voor de karakters in het verhaal is hun gedrag volkomen logisch, gezien de situatie waarin ze zich bevinden. Ik hoop dat het publiek de regels van de eigen wereld even kan vergeten, zodat zij zichzelf kunnen onderdompelen in het universum van Koning Ouf. Pas als je na de voorstelling de realiteit weer in loopt, realiseer je je hoe gek het verhaal is. Hoewel, het is zoals dat gezegde: de werkelijkheid is vreemder dan fictie. Op een bepaalde manier isL’Étoile zó waar en levensecht, dat juist dát het absurd maakt. We proberen het publiek daarom een ander perspectief te bieden, een nieuwe blik op onze wereld.’
Hoe zou je Chabriers muziek omschrijven, Nicolas?
Nicolas: ‘Chabrier was buitengewoon. Hij had geen muzikale opleiding, was eenselfmade musicus. Hij kwam van het platteland en verhuisde naar de hoofdstad waar hij vrienden werd met dé kunstenaars van zijn tijd. In zijn muziek hoor je zowel de chique salons van Parijs als het boerenland terug; zijn werk is aards én delicaat.’
Matthew: ‘Zijn muziek is voor iedereen!’
Nicolas: ‘Bovendien was Chabrier een visionair, altijd nieuwsgierig naar nieuwe expressievormen. Daarom werd hij zo bewonderd door componisten als Claude Debussy, Maurice Ravel en Francis Poulen. Hij was zijn tijd ver vooruit en liet zich niet beperken door wat dan ook. Hij vond zijn muziek uit terwijl hij componeerde.’
Matthew: ‘Het verhaal gaat dat hij geregeld op avonden met vrienden muziek improviseerde. Dan las hij een krantenartikel en dramatiseerde hij het verhaal meteen. Ik stel me voor dat hij L’Étoile ook op die manier componeerde. On the spot, terwijl het verhaal zich afspeelde in zijn hoofd. Hij kiest nooit het voor de hand liggende.’
Nicolas: ‘Precies, zijn muziek is humeurig, onvoorspelbaar, je weet nooit wat er komen gaat, que sera sera, zoals Siroco zegt. Het is ongelooflijk verrassend, innovatief en fantasievol. Chabrier probeerde altijd weer iets nieuws uit. En ja, soms is dat een béétje gek. Net als een kinderwereld: die kan ook in een oogwenk omslaan. Niets is heel serieus, maar niets is niet serieus.’
Hoe beïnvloeden muziek en regie elkaar?
Matthew: ‘Ik hou ervan om te zien hoe de muziek dóór de mens gaat en wat ik daarmee kan doen in mijn regie. Muziek is niet tastbaar. Het moet eerst menselijk worden, geïnterpreteerd en gevoeld worden. Van daaruit bouwen we samen aan de vormgeving van de muziek en de regie.’
Nicolas: ‘Ik kom uit een theaterfamilie – mijn vader was regisseur – dus voor mij zijn dialogen even belangrijk als muziek. Dialogen zijn óók muziek; ze zijn het vervolg en de voorbereiding op de volgende muzikale lijn. Ik voel me een regisseur voor musici.’
Matthew: ‘Muziek in mijn oren!’
Wat trekt jullie aan in satirische komedie?
Matthew: ‘Het voelt heel natuurlijk. Komedie is het echte leven: hoe je de wereld ziet, hoe je met situaties omgaat. Neem Oufs verjaardag; wat verwacht hij, hoe opent hij zijn cadeautjes? Het is heel concreet en herkenbaar.’
Nicolas: ‘Maar komedie is… niet gemakkelijk! Men zegt dat dirigenten moeten beginnen met komedie, met Opéra Bouffe, want als je dát kunt, kun je alles. Het is snel, ritmisch, grillig. Er is geen emotionele ruimte zoals in een romantische aria. Je moet scherp zijn, precies in tempo en timing. Die uitdaging vind ik heerlijk.’
Hoe hopen jullie dat het publiek na afloop van L’Étoile naar buiten loopt?
Matthew: ‘Dat ze denken: hoe is het mogelijk dat we dit niet kenden? Dat ze zich vermaakt hebben én onze wereld net iets anders bekijken.’
Nicolas: ‘Dat ze de naam Chabrier onthouden. En met open ogen en oren naar huis gaan, om de wereld te herontdekken, als kinderen.’
Interview: Kyra Bertram